Lyrics
Stel je voor: het is een stralende zomerochtend en je start je motor in Hengelo, klaar voor een epische rit door het hart van Overijssel. Voorop rijdt Cor, de onbetwiste leider van de groep, terwijl achterin Bert ongeduldig zijn Honda Fireblade laat ronken. Bert, altijd hongerig naar snelheid, kan zich nauwelijks inhouden terwijl de groep in beweging komt. Maar vandaag staat er iets bijzonders te gebeuren: Adrie, een notoire mafklapper, zal in Wierden aansluiten. Adrie, altijd in voor gekkigheid, rijdt op een opvallende Kawasaki Versys, met een paar extra accessoires die je eerder op een kermis dan op de weg zou verwachten.
De rit begint rustig, met Cor die de groep richting Wierden leidt. De weg ernaartoe is een genot voor elke motorrijder: glooiende bochten, omgeven door weelderige velden en charmante dorpjes. Terwijl Cor de groep netjes in formatie houdt en Bert af en toe zijn Fireblade de vrije teugel geeft, kijkt iedereen uit naar de komst van Adrie, wetende dat hij altijd voor verrassingen zorgt.
En dan, bij het binnenrijden van Wierden, horen jullie het al van ver: de luide claxon van Adrie's Kawasaki, die klinkt als een mix tussen een circushoorn en een scheepshoorn. Adrie komt aanzetten, zwaaiend als een bezetene en met een brede grijns op zijn gezicht. Zijn Versys is versierd met kleurrijke vlaggetjes, en op de achterkant prijken een paar knipperende kerstlampjes die helemaal uit de toon vallen op deze zomerdag. Hij komt met een zwierige beweging bij de groep rijden, bijna over een stoeprand heen, maar op het laatste moment herstelt hij zich met een paar wilde slingerbewegingen.
Adrie's rijstijl is, zoals altijd, een en al chaos. Terwijl Cor de leiding houdt en Bert af en toe vooruit schiet op zijn Fireblade, weet Adrie de groep op zijn eigen manier te entertainen. Bij elke bocht neemt hij een andere, vaak onconventionele lijn, en hij zwaait enthousiast naar elke wandelaar, fietser of koe die hij tegenkomt. De Kawasaki Versys, normaal een betrouwbare allrounder, lijkt onder Adrie een eigen wil te hebben, meedeinend op zijn onvoorspelbare capriolen.
De groep rijdt door naar de Lemelerberg, waar Adrie weer van zich laat horen. Terwijl de anderen de berg op gaan in een gecontroleerd tempo, besluit Adrie dat dit het perfecte moment is om zijn claxon nog eens te laten klinken. Met een luid "Tuut-tuut!" schiet hij voorbij, zijn Versys op volle toeren, terwijl hij met één hand stuur en met de andere wild naar de groep zwaait. Bovenaan de berg komt hij met piepende remmen tot stilstand, net op tijd om niet over het randje te schieten.
Bij Genemuiden, wanneer jullie richting het pontje bij Wijhe rijden, zorgt Adrie opnieuw voor hilariteit. Terwijl de rest van de groep rustig op het pontje rijdt, weet Adrie het voor elkaar te krijgen om precies op het moment van aan boord gaan een reusachtige bel uit zijn claxon te laten schallen, waardoor iedereen opkijkt en lacht. Met zijn gebruikelijke bravoure rijdt hij als laatste het pontje op, steekt